1. Knip

    Maakt het enig verschil?
    Zonder licht lig ik stil.
    In zwart ben ik alles
    wat ik in wit vermijd.

    De enge schakelaar.
    In één tik verandert
    de wereld en is alles
    wat ik niet zag verdwenen.

     

  2. Karton

    Goddeloos.
    Je ogen zien de inhoud van een kijkdoos.
    De horizon is groen karton
    waar valse vlaggen zwaaien.

    Haatdragend, je shirt
    riekt en oogt besmeurd.
    Je loog in een troosteloos
    drieluik dat kraakte in motie.

    Verfomfaaid, de waagschaal
    bladdert en bederft in vederlichtheid.
    Zeurend als een zuigeling -
    een tandeloze onruststoker.

    In de beladen uren
    stond je machteloos; je handen.
    Je voorzag niet dat de beits
    in de schuur was opgedroogd.

     

  3. Kers

    Ze snijdt de taart, een traan
    voor ieder jaar, voor iedere lente-
    bloesem die uitbleef, of te laat kwam.
    Een traan voor broze botten
    en de laatste vogel in het nest.

     

  4. Aard verschoven, aalscholvers baden
    in een nieuw gevormde zee. Ik was een eiland,
    onbewoond, maar nu ben ik er twee.

     

  5. Pyongyang

    In pyongyang, waar de boeman
    het bed verliet en tot verdriet
    van alleman de boel bedriegt.

    In pyongyang, waar de hond blaft
    en de speelbal angstig afwacht
    tot de varkens komen keten.

    In pyongyang, waar de vlegel
    met brutale grijns de regels
    van het schoolbord wist.

    In pyongyang, waar de acteurs
    gewoon niet zo goed zijn
    als in andere oorden.

     

  6. Het verlaten atrium, stil en donker,
    waar ik mijn armen tot de hemel hief
    en de leegte in mijn hart omschreef
    als wederkerend lijdmotief.

     
  7. Sol

     

  8. Talenvijn

    Staat cupido daar
    een beetje popiejopie te doen.

    Mijn hart bonkt voor haar, maar
    dat hoeft niemand te weten.

    De hartendief nog altijd spoorloos
    sinds die aangepaste dienstregeling.

    Glibberend glij ik over straat
    op goed geluk naar je voordeur.

     

  9. Sluit het gordijn

    Zag je dan mijn charmes niet?
    Mijn hijgtelefoontjes waren
    een abstracte uiting van bewondering.
    Een minimalistisch houden van
    dat leidde tot een straatverbod.

     

  10. Uniforme Straten

    Ik balanceerde op een leidraad.
    Minstens drie turven hoog, de regen
    boog vond haar oorsprong in een pot
    sierlijke Vinex-wijk.

    De wipwap werd na dag en raad
    de weegschaal van de liefde.
    Meisjes op de glijbaan, ze droegen
    rode strikken, zag ik nog niet staan.

    De zandbak was thuis. Op denkbeeldig
    fornuis bakte ik berenklauw en
    kabeljauw. In uniforme straten
    zag ik tijdloze kunst.

    Toen de vaderdraak vuur spuwde
    barstte de bel. Viel ik in
    druppels uit elkaar en loste op.

    Ik steeg tot de hemel, vond een
    wolk om te slapen en wachtte,
    met kinderlijk geduld, op de volgende bui.